Home   Historie   Huis   Interieur   Park   Informatie   Contact  
 

Vanaf 1946 tot 1959 was in Goudestein het Rijksinternaat voor Sociale Jeugdzorg gevestigd.

Pas in 2007 zagen de bewoners van het internaat ook wel
'de meisjes van Goudestein' genoemd elkaar terug.

Lees hier hun verhaal

 

 
Historische gegevens  

De geschiedenis van Goudestein begint al kort na 1600. In 1608 kocht Jan Jacobszoon Huydecoper "de huysinge mette hofstede genaemt De Gouden Hoeff", gelegen aan de Vecht in "t Sticht van Utrecht". Jan Jacobszoon was een belangrijk man in de Amsterdamse koopmanswereld en waarschijnlijk was geldbelegging de voornaamste reden voor deze aankoop. In 1628 liet Joan Huydecoper, de zoon van Jan Jacobszoon, op de plaats van de hofstede "De Gouden Hoeff" en ook volgens het type van een hofstede, het buiten "Goudestein" bouwen. Joan Huydecoper was eveneens een vermogend en belangrijk man. Zo werd hij in 1620 schepen en in 1634 bewindvoerder van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en was hij meerdere malen burgemeester van Amsterdam. In 1640 werd Joan Huydecoper "Heer van Maarsseveen". Goudestein, zoals Joan Huydecoper het in 1628 liet bouwen, was één van de eerste buitenverblijven in de Vechtstreek en was een vrij eenvoudig gebouw, ook wel "hofstede met stedelijke elementen" genoemd. Gedurende de 18e eeuw werden verschillende hofsteden vervangen door grote "moderne" gebouwen van het type stadhuis-buiten, zo ook Goudestein. Onder het bewind van Joan Huydecoper (kleinzoon; 1698-1752) werd in 1717 de buitenplaats Goudestein vergroot met het ernaast gelegen "Silversteyn". Deze Joan Huydecoper huwde in 1733 Sophia van der Muelen, nadat zijn eerste vrouw, Agatha Reael in 1731 was overleden. In opdracht van dit echtpaar werd in het midden van de 18e eeuw "het oude Goudestein" waarschijnlijk afgebroken, om op vermoedelijk dezelfde plaats "het nieuwe Goudestein" te laten verrijzen.

Bij de bouw van dit nieuwe huis werd het 17e eeuwse "Silverstein" verbouwd en uitgebreid met een koetshuis, een koetsiers- en een tuinmanswoning. Aan de Diependaalsedijk werd een monumentaal smeedijzeren entreehek geplaatst, geflankeerd door hardstenen pijlers met vazen waarop het alliantiewapen Huydecoper-Van der Muelen is aangebracht. Aan de Vechtzijde werd in een vereenvoudigde vorm een soortgelijk hek geplaatst.

Borstbeeld van Joan Huydecoper

De eerste steen voor het nieuwe Goudestein werd gelegd op 5 oktober 1754 door Willem Huydecoper. Een blauwe gevelsteen in de zijgevel van het gebouw herinnert aan deze gebeurtenis.

 

Het koetshuis gezien van af de zolder van Goudestein

Door het voortijdig overlijden van Joan Huydecoper in 1752 - dus twee jaar voordat met de bouw van het huis begonnen was - is Sophia van der Muelen strikt genomen de bouwvrouwe van het nieuwe "Goudestein" en heeft zij in de geschiedenis van het huis een onuitwisbare rol gespeeld. Na meer dan 25 jaar op de plaats gewoond te hebben, liet Sophia in 1779 haar testamentaire beschikking vastleggen, waarin zij bepaalde dat "Goudestein" niet buiten het geslacht Huydecoper mocht vererven. De gehele 19e eeuw bleef "Goudestein" in gebruik als buitenverblijf van de Huydecopers. Omstreeks 1860 werd het huis bewoond door Joan Huydecoper (1821-1890) die tevens Burgemeester van Maarssen was. Deze Joan was gehuwd met Louise Antoinette Jonkvrouwe Ram. Het alliantiewapen van dit echtpaar siert tot heden de ingangspartij van het huis aan de Vechtzijde. Tot kort voor de Tweede Wereldoorlog werd "Goudestein" bewoond door de familie Royaards-Huydecoper. Na het overlijden van mevrouw Royaards in 1938 kwam het huis leeg te staan en kwam een eind aan de bewoning door leden van het geslacht Huydecoper.

De oorlog heeft daarna Goudstein niet onberoerd gelaten. In de oorlogsdagen van mei 1940 werd Goudestein betrokken door Nederlandse militairen, die er ook na de capitulatie nog geruime tijd verbleven. Daarna werd het huis in beslag genomen door de Nederlandse Arbeidsdienst voor meisjes, vervolgens door de Landwacht, afgelost door SS-troepen. Bij de invasie van de geallieerden in het zuiden van het land - september 1944 - bood Goudestein onderdak aan evacués uit Limburg. Na de capitulatie in mei 1945 werd het huis achtereenvolgens betrokken door Engelse en Canadese militairen. Vanaf 1946 tot 1959 was in Goudestein het Rijksinternaat voor Sociale Jeugdzorg gevestigd. In 1955, respectievelijk 1957, besloot de gemeenteraad van Maarssen de buitenplaats Goudestein aan te kopen van de toenmalige eigenaars en het gebouw te bestemmen als gemeentehuis.

Gedurende de jaren 1960 en 1961 werd Goudestein gerestaureerd, waarna het op 19 januari 1961 officieel als gemeentehuis in gebruik werd genomen. Ook in de jaren daarna vonden nog restauraties plaats, zoals in 1961/1962 die van het bij Goudestein behorende koetshuis en in 1977/1978 van de trouwzaal in Goudestein. Aanvankelijk werden in 1961 alle gemeentelijke afdelingen in Goudestein ondergebracht. Door uitbreiding van het werk werd het gebouw hiervoor echter na verloop van tijd te klein en men besloot op het terrein naast dat van Goudestein een apart gemeentelijk administratiekantoor te bouwen. In Goudestein zijn dan nog onder meer de raadszaal, de kamers van burgemeester en wethouders en de trouwzaal.


Ook bekende Nederlanders trouwen op Goudestein.
 

Meer weten over Huydecoper? klik hier

 
Willem Huydecoper oudt 10 jaar en 8 maanden heeft de eerste steen van dit gebouw gelegd op den 5 de october des jaars 1754
  Nederlands Drogisterij Museum 2011© ri@rt webdesign